Project Bedepuszta Deel 1

Project Bedepuszta Deel 1

zondag, 28 januari 2018 / Elroy Thümmler / 0 comments.

Project Bedepuszta 2002-2012

De eerste ontmoeting met Bedepuszta was in 2002. Hongaarse vrienden namen me mee met het idee dat we hier als vriendengroep allemaal een huis zouden moeten gaan kopen. De plek was betoverend, maar het dorp zelf en de weg er naar toe waren in erbarmelijke staat. Het duurde een volle twintig minuten met de auto, voordat we de anderhalve kilometer omhoog de vallei in, hadden afgelegd. Kuilen, stenen op de weg… maar ondertussen werd het uitzicht steeds adembenemender en rees de spanning: waar gaan we in Godesnaam heen?

Het dorp lag en ligt helemaal alleen in een lange, hoge vallei: als een holle kies. Van verre zag ik het liggen, een twintigtal kleine witte huisjes in een zee van groen. In die tijd was het dorp al hevig in verval. Roma families hadden de huizen van de boeren die in de jaren tachtig waren vertrokken overgenomen en bekommerden zich niet om onderhoud. De enorme fruitboomgaarden waren gekapt voor brandhout en leegstaande huizen waren van hun daken beroofd om het hout op te stoken in de kachels. Want alles, verwarming en koken, gebeurde met hout. De oude huizen waren gebouwd van leem; geweldig materiaal, goed isolerend, klimaat regulerend en fraai op de koop toe, maar indien blootgesteld aan de elementen transformeert een lemen huis zonder dak al snel tot een met struiken begroeide aarden wal waar alleen de bakstenen schoorsteen herinnert aan wat ooit een huis was.

Met spaargeld kocht ik het boerderijtje van een oud Hongaars vrouwtje. Een prachtig huisje met een erf vol kippen, zonder wc of stromend water. Na het contract getekend te hebben ontdekte ik dat ik niet dát huis, maar het huis van de buren had gekocht. Blijkbaar had ik het met mijn belabberde Hongaars verkeerd begrepen en had ze mij haar huis enkel laten zien omdat het identiek was. Enfin, eigenlijk werd het er alleen maar beter op, want dit huis had ook een mooie boomgaard en druivenranken.

Mijn Hongaarse vrienden hadden besloten om toch maar geen huis te kopen. Het dorp was wel erg slecht bereikbaar en de lokale Roma’s heetten ons niet echt welkom. Kleine deceptie die omsloeg in een grote deceptie toen iedere keer dat ik terugkeerde bleek, dat in mijn (lege) huis was ingebroken om een paar oude tegels uit de vloer te bikken.

Dieptepunt. Eigenlijk speelde ik in 2003 al met de gedachte om het op te geven toen twee Nederlandse vrienden, ervaren globetrotters die geïnteresseerd waren geraakt door mijn enthousiaste verhalen over Hongarije, een kijkje kwamen nemen. Zij waren gelijk verkocht en namen mij mee in hun positiviteit.

De volgende ochtend, terugkerend uit het dichtstbijzijnde dorp met brood onder onze armen, stonden we in ene oog in oog met de Roma chef. Een dikke man met borstelsnor in een vuil wit hemd, die erg zijn best deed om boos te kijken. ‘Wat doen jullie in ons dorp!,’ klonk het onder de snor. We antwoordden met ‘Vakantie’ en ‘Mooi hier!’ en nodigde hem uit voor een glaasje pálinka. Dat was een goede zet, een uur en tig pálinkaatjes later waren we in ene beste vrienden en nodigde hij ons bij hem thuis uit. Blijkbaar waren moeder en dochter al gewaarschuwd want het huis zag er piekfijn uit. Moeder en dochter zaten samen op het opgemaakte bed te wachten. Achter hen prijkten twee posters op de rode muur: de heilige Maria en een uitgevouwen seksposter. De goede man had al zijn boosheid nu laten varen en leidde ons rond door zijn voormalige boomgaard, waar hij bijna alle bomen had omgehakt voor het haardvuur, tweehonderd meter naar het bos lopen was blijkbaar teveel gevraagd. Ook de stallen kregen we te zien, op de vraag of hij ook dieren bezat schudde hij treurig nee. Ik grapte:’ Maar je hebt in ieder geval een hoop vliegen!’ Even leek het of de grap te ver ging voor een zo jonge vriendschap, maar de lach kwam terug onder de snor en met een ferme schouderklop werd ik geaccepteerd als echte Bedepuszta-er.

Met de jaren knapte we het huis beetje bij beetje op. De relatie met de meeste Roma was goed, er werd niet meer ingebroken, maar er was wel veel overlast en het verval zette onverhoopt door. De twee overgebleven Hongaren in het dorp hadden zich verschanst achter hoge hekken en probeerden zich af te sluiten van de rest van het dorp. Ik probeerde eerst of de Roma zelf interesse hadden om gezamenlijk weer iets moois van het dorp te maken. Leuke poging, maar onbegonnen werk. Als ik het dorp op zou willen knappen, dan moest ik het zelf doen.

Met de verdiensten uit het succes van Sziget Festival, had ik ondertussen voldoende financiële slagkracht om elders in het dorp een leegstaande Palóc boerderij te kopen. Mijn Nederlandse vrienden waren sinds 2003 regelmatig naar Bedepuszta teruggekomen en besloten een ander vrijgekomen huis te kopen. Dit bood mogelijkheden! We hadden nu de noordzijde van het dorp in handen, de verovering van Bedepuszta was begonnen!

De zaken met de Hongaarse festivals gingen goed, maar huizen kopen in Bedepuszta was niet zo eenvoudig als je zou denken. Een van de oorspronkelijke Hongaarse vrienden was in mijn oude huis gaan wonen en behartigde mijn belangen ter plaatse. Hij kwam met het plan om de huizen niet te kopen, maar te ruilen. Dit om te voorkomen dat ‘papa’ al het geld in no time op zou maken en de families zonder huis zouden komen te zitten. In de omgeving vonden we een goed huis in een dorp met een school wat we ruilden voor een huis in het dorp. Als één schaap over de dam is volgen er meer, maar in ons geval, niet altijd met evenveel gemak. In sommige huizen woonden wel drie families, wat erop neer kwam dat we soms drie goede huizen moesten kopen voor één bouwval. Beetje bij beetje, stap voor stap kwamen bij ons doel: het aankopen van huizen en land in het centrale en zuidelijke deel van het dorp.

Toen gebeurde een wonder! De burgermeester van Kisbárkány had subsidie aangevraagd voor het vernieuwen van de weg naar Bedepuszta. En jawel! Na een aantal maanden onzekerheid lag daar ineens een prachtige asfaltweg. Bovendien werd in ene haast gemaakt met de renovatie van de oude provinciale weg 21, de aansluiting op de M3 (de snelweg naar Boedapest), tot een prachtige tweebaans autoweg. Eén van de grote obstakels, de bereikbaarheid, is hiermee totaal opgelost.

Uiteindelijk wilden ook de Hongaren verkopen; het doel was bereikt!  Aan de oostkant van de dorp flankeren vier private huizen: het oude huis van de Hongaarse imker, het weekendhuis van een jager en de huizen van de ‘Hollandok’. Maar de rest van het dorp was nu één wijds speelveld voor grootse plannen.

  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  • Facebook
  • Twitter
  • Google+
  • LinkedIN

Commenting on this blog is disabled.

About the author

Elroy Thümmler

Archives

  • 2018 (1)
  • 2017 (1)
  • 2015 (1)

Bedepuszta.com